Bijenhoeders

Mensen die met bijen werken hebben hart voor de natuur. Een honingkeurmeester, een bijenkastbouwer en een imker vertellen over de liefde voor hun vak, voor de honingbij én voor de wilde bij. Want die kan onze hulp wel gebruiken nu zijn soort in aantal daalt. 

— TEKST RENSKE JONKMAN

De honingkeurmeester
Marianne Eekhof uit de Beemster keurt meerdere keren per jaar imkerhoning. Ook verkoopt ze haar eigen honing- en wasproducten onder het label Beemster Honingzoet. 

“Vaak zie je dat biologische honing in knijpflessen wordt verkocht, maar juist díe honing wordt in grote vaten vanuit de hele wereld verscheept en – om kristalliseren tegen te gaan – boven de veertig graden verwarmd. Dat is zonde, want met dat verwarmen gaan de enzymen kapot, de goede bestanddelen van de honing. Het is soms lastig raden wat zo’n grote producent in een ver land met de honing doet. Daarom kun je het beste gewoon een potje honing rechtstreeks bij de imker kopen. 

Aan de honing zie ik of de bijen hun nectar uit de bloemen halen, of dat iemand vals speelt en zijn bijenvolken suikerwater voert. Ik bekijk de honing nauwkeurig: zitten er niet te veel luchtbellen in, klopt het etiket, hoe hoog is het vochtgehalte, zit er geen vuil in de honing zoals een verloren miertje? Honing mag je niet zomaar lindehoning noemen, maar ik weet: als ik een mintgeur ruik dan zit het goed. Een kenmerk voor de linde. Veel imkers laten hun honing keuren. Voldoet die aan de kwaliteitseisen? 

Toen mijn kinderen wat ouder werden, ben ik een paar jaar geleden een cursus imkeren gaan volgen. Ik kreeg de ruimte en wilde wat voor mezelf gaan doen. Al snel kreeg ik mijn eerste volk, de Carnica, een bij die geteeld is op zachtaardigheid en niet opvliegend is zodra je de kast openmaakt. De koningin bepaalt het karakter van het volk. Inmiddels heb ik zestien volken. Naast het maken van honing ben ik gespecialiseerd in bijenproducten. Ik maak zalfjes, zeepjes, lippenbalsem, bijenwasdoekjes en kaarsen van bijenwas. Ik woon in de polder in de Beemster, met veel fruittelers om me heen en bloeiende wegbermen met veel biodiversiteit. 

Ik volgde ook een cursus biodiversiteit, omdat ik me zorgen maak om de bij. Want de honingbij wordt nog beschermd door de imker, maar de wilde bij heeft het echt moeilijk. Van deze wilde bij bestaan er zo’n 360 soorten, en wij moeten zorgen voor genoeg bloemen en planten waar zij de nectar uit kunnen halen. Zonder bijen geen bestuiving, en dus geen voedsel. Een hortensia levert weinig op, maar drachtplanten zoals knoopkruid en duizendblad geven meer stuifmeel en nectar. In het vroege voorjaar, als het nog maar net boven de tien graden is, vliegen mijn bijen uit. Naar de wilgen en paardenbloemen, en later in het jaar zoeken ze naar de lindes. Maar ze vliegen ook veel op duizendknoop, ooievaarsbek (geranium), anemoon, krokus en sneeuwklokjes. We zouden met z’n allen meer bloemen en planten moeten laten groeien.” 

Tip van Marianne: 

‘Bij hooikoorts kan het helpen om honing direct van de imker uit je omgeving te kopen. De reden: je hebt last van de stuifmeelpollen van de bomen en planten uit je omgeving, die de bijen weer verzamelen. Zo komen ze terecht in de honing en kun je antistoffen opbouwen tegen deze allergie.’ 

De imker
Bert Rijckenberg en dochter Emmeke werken samen voor Honing & Heerlijkheden. Elke week staan ze op de ambachtelijke boerenmarkt in Amsterdam, de plantenmarkt op het Amstelveld en in het weekend op de markt in Hoorn

Bert: “Als imker kijk ik met andere ogen naar mijn omgeving. Ineens zie je dat de weg vol staat met lindebomen, een goede bijenboom, vol stuifmeel en nectar. Je herkent de wilg, de eerste boom die in het voorjaar bloeit met honderden kleine katjes. En in het najaar gonst de klimop (hedera) van de bijen. Als imker ga je op een andere manier met de natuur om. Je leert beter om je heen kijken.Het heeft me zeker vijf jaar gekost om de kunst van het vak te doorgronden. Ik ging in de leer bij een oude imker die in zijn T-shirt naast de bijenkast stond en imkerde met de Buckfastbij: een beestje dat niet strijd- of zwermlustig is en goed tegen ons klimaat kan. De eerste keer dat we honing hadden gemaakt, dacht ik: wat moet ik in vredesnaam doen met al die honing? Met het overschot besloten we op de markt te gaan staan. Dat doen we nog steeds, elke week. 

De manier waarop je omgaat met je bijen is bepalend voor de honing. Wij laten onze bijen vrij zwermen en onze kasten staan verspreid door Nederland. Niet alleen bij ons thuis, maar ook in een dorp aan de kust, waar velden vol bernagie (komkommerkruid) staan, een prachtige felblauwe bloem die jaarlijks bestoven moet worden. We staan daar met negen andere imkers, en als je rondloopt klinkt overal gegons en gezoem. De honingbij doet het dan wel goed, maar we weten dat het slecht gaat met de wilde bij. Daarom zou je niet je hele tuin moeten laten bestraten. Kies liever voor bomen en planten die goed zijn voor de wilde bij, zoals komkommerkruid, goudsbloem, lavendel, kattekruid. Maar ook sedum, aster, verbena en salvia zijn echte knallers.” 

‘De koningin bepaalt het karakter van het volk.’ 

Emmeke: “Al van jongs af aan help ik mee, door bijvoorbeeld te luisteren naar de tuters en kwakers, een sprookjesachtig geluid waarmee de bijenkoningin haar vertrek aankondigt en een bijenvolk gaat zwermen. We hebben een echt familiebedrijf: mijn vader maakt de honing, mijn moeder kweekt planten die goed zijn voor bijen en hommels, en ik maak mooie producten van de honing. Walnoothoningtaarten, brownies met rauwe chocolade en honingnoten. We werken op het ritme van de seizoenen; zodra de bijen in winterslaap gaan, bakken we taarten en experimenteren met nieuwe recepten. In de zomer richten we ons weer meer op de planten. 

We denken goed na over onze producten; het is belangrijk dat we het allemáál lekker vinden, dus onze familie vormt meteen een testpanel. We leren veel van de mensen om ons heen, zijn ons bewust van dier en natuur.Soms, als we op de markt staan, nemen we een kijkkast mee. Dan laten we kinderen zien hoe de bij dat nou doet, honing maken. We vertellen onze klanten hoe we de wilde bij kunnen helpen. Ons voedsel wordt voor tachtig procent bestoven, maar in China zijn ze zelfs zo tekeergegaan dat ze daar nu met de hand de fruitbomen moeten bestuiven. Ook hier tussen de weilanden hebben onze bijen het slecht, er staan te weinig bloemen in de bermen en akkers. Mijn vader geeft veel lezingen over bijen, want je bent niet alleen imker maar ook bezig met de natuur en kennisoverdracht. Op de best mogelijke manier. Over het imkervak valt nog zo veel te leren. Ook ik wil ooit die stap naar imker zetten.” 

Tip van Bert: 
‘Neem elke ochtend een glas lauw water met wat honing en een kneepje citroen om je cholesterol en bloeddruk te verlagen. Honing werkt ook nog eens antibacterieel en ontsmettend.’

De bijenkastbouwer
Aaron van Randeraad uit Utrecht maakt bijenkasten van duurzaam geproduceerd hout en is gespecialiseerd in imkergereedschap. 

 “De laatste jaren zijn er veel imkers bijgekomen. Er is veel aandacht voor ons milieu. Steeds meer mensen volgen een imkercursus. Ook bij mij in de timmerfabriek komen deelnemers van een imkercursus twee avonden samen, om de techniek van het bijenramen maken onder de knie te krijgen. Ik vertel ze welke imkerbenodigdheden handig zijn en op welke planten de bijen vliegen. 

In de loop der jaren zie je steeds minder wílde bijen. Sommige soorten zie ik niet of nauwelijks meer. De wilde bij lijkt soms erg op de honingbij, maar hij kan ook het uiterlijk van een klein wespje aannemen. Die solitaire bijen moet je goed verzorgen. Daarom hebben wij bijenhotels aan onze schuur hangen. Houten blokken waar je gaatjes in boort van twee tot zeven millimeter breed en tien centimeter diep. Daar leggen ze hun eitjes in. 

Zeven jaar geleden ben ik begonnen met het bouwen van bijenkasten voor de honingbij. Ik ben van oorsprong aannemer, maar óók imker. Ik vond nauwelijks kasten van goede kwaliteit. Ramen die bijvoorbeeld niet passen of hout dat al het water opzuigt. Daarom wilde ik bijenkasten maken met een langere levensduur, zonder kieren en met mooie gesloten verbindingen. Daarvoor gebruiken we duurzaam red cederhout uit Canada (PEFC), waar voor elke gekapte boom een nieuwe boom wordt teruggeplaatst. 

Ik heb zelf vijfendertig bijenvolken en mijn bijen maken voornamelijk koolzaad- en lindehoning, en soms heidehoning. Onze honingbij vliegt voornamelijkop de bloemen met de meeste nectar, maar slaat bijvoorbeeld de kamille juist over. Terwijl de solitaire wilde bij op van alles en nog wat vliegt. Hij zoekt naar een gevarieerde beplanting. Daar moeten wij zorg voor dragen.”
www.bijenkasten.nl 

Tip van Aaron:
‘Kies voor biologische bloemenzaden, want chemisch geteelde zaden geven giftige stoffen af in het stuifmeel. Maar plant vooral meer bloemen!’ 

Dit artikel is gepubliceerd in Seasons Magazine.